“MS is wel een auto-immuunziekte”

Prof.dr. Piet Stinissen, opgeleid biochemicus gespecialiseerd in de immunologie, richt zich in zijn onderzoek op het ontrafelen van de rol van het afweersysteem bij MS. Naast groepsleider binnen het biomedisch onderzoeksinstituut (BIOMED) van de Universiteit van Hasselt, is hij decaan van de faculteit geneeskunde en levenswetenschappen, voorzitter LifeTechLimburg én sinds vorig jaar lid van de Wetenschappelijke Raad van Stichting MS Research. Wij spraken met hem over zijn visie op MS-onderzoek van nu en in de toekomst. 

Onze kracht is de wisselwerking tussen onderzoek, kliniek en zorg

Binnen BIOMED zijn meer dan 100 onderzoekers actief op verschillende domeinen, het MS onderzoek is één van de sterkste onderzoekslijnen. De kracht van BIOMED is dat zij investeert in de hele keten van basaal onderzoek tot klinische studies bij patiënten. Daarnaast is er een sterke verbinding met de zorg voor mensen met MS. Bijna 10 jaar geleden is het MS Netwerk Limburg opgericht, een samenwerking met het studiecentrum voor revalidatiewetenschappen (REVAL) en het Revalidatie & MS Centrum Overpelt. Contact tussen onderzoekers en patiënten is erg waardevol. Onderzoekers beseffen vaak niet wat het betekent om MS te hebben en aan de andere kant kunnen zij aan de patiënt uitleggen waarvoor bepaalde materialen zoals bloed worden gebruikt en waarom onderzoek zo lang duurt.

We proberen binnen de regio met kennis uit het onderzoek en de zorg nieuwe innovaties effectief op de markt te krijgen. De interactie met bedrijven zorgt ervoor dat ons onderzoek meer gericht is op de stappen die nodig zijn om een product bij de patiënt te krijgen. De samenwerking met bedrijven heeft meerwaarde, vooral bij onderzoeken die meer richting een toepassing gaan zoals revalidatieonderzoek. Het blijft echter erg belangrijk dat de basis, fundamenteel onderzoek, onafhankelijk blijft. Hieruit komen de onverwachte ideeën die leiden tot wetenschappelijke doorbraken. 

Vorig jaar is heeft de toponderzoeker Markus Kleinewietfeld zich met zijn groep verbonden aan BIOMED en het vooraanstaande Vlaams instituut voor Biotechnologie. Kleinewietfeld bestudeert de link tussen voeding en het afweersysteem. Dit is een vervolg op zijn onderzoek aan Harvard University naar de effecten van zoutinname op het ontstaan van schadelijke ontstekingscellen. Een waardevolle aanvulling op het reeds opgebouwde MS-onderzoek.       

MS begint bij de T-cel

Niemand weet precies waar de ziekte MS begint. De T-cel, een type ontstekingscel, kan worden gezien als de dirigent van ons afweersysteem. We denken dat door een bepaalde trigger T-cellen worden geactiveerd, waar en hoe dat gebeurt is nog onbekend. Actieve T-cellen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren en vermoedelijk in de hersenen een ontsteking opstarten en in stand houden. Al vroeg in het proces raken ook andere soorten ontstekingscellen betrokken waaronder zogenaamde B-cellen.

In MS heeft men vroeger vooral gekeken naar de rol die B-cellen spelen bij de productie van antistoffen. We kijken nu wat breder. Verschillende soorten ontstekingscellen communiceren met elkaar, deze interactie is heel belangrijk om een afweerreactie in de juiste richting te sturen. Het onderzoek van Veerle Somers richt zich specifiek op B-cellen. Naast de wisselwerking tussen B-cellen en andere afweercellen, kijkt zij ook naar auto-antistoffen. Deze antistoffen blijven interessant omdat ze mogelijk gebruikt kunnen worden als biomarkers.

Veroudering afweersysteem is versneld bij MS

Ons afweersysteem veroudert, dit is een natuurlijk proces dat geleidelijk optreedt bij gezonde mensen vanaf de leeftijd van 40, 50 jaar. We weten bijvoorbeeld dat ouderen minder goed reageren op vaccinatie. Wij hebben vastgesteld dat dit verouderingsproces sneller verloopt bij mensen met MS (en mensen met reuma), opvallend genoeg ook al op jonge leeftijd. Het is de vraag of veroudering van het afweersysteem enkel het gevolg is van de ziekte of ook bijdraagt aan het ontstaan van MS. Zo bestuderen wij of ‘verouderde ontstekingscellen’ zelf het hersenweefsel beschadigen. MS patiënten gebruiken vaak langdurig afweer-onderdrukkende medicijnen, hierdoor is het lastig om te bepalen of het hebben van een verouderd afweersysteem ook daadwerkelijk de werking van vaccinaties vermindert in mensen met MS.  

Sommige stamcellen maken belofte niet waar

Wij zijn, onder leiding van prof.dr. Niels Hellings, een aantal jaar geleden gestart met onderzoek naar verschillende soorten stamcellen. Stamcellen zouden mogelijk een rol kunnen spelen bij het herstel van beschadigd hersenweefsel. In samenwerking met de universiteiten van Antwerpen en Leuven hebben we gekeken naar zogenaamde mesenchymale stamcellen die aanwezig zijn in het beenmerg of de navelstreng.1 De resultaten waren teleurstellend; we zagen dat deze stamcellen vreemd genoeg wel het afweersysteem beïnvloedden, maar helaas niet het beoogde herstellende effect op de zenuwbanen hadden. Op dit moment zijn wij minder bezig met deze aanpak. We geloven meer in de werking van zogenaamde neurokines, stoffen die ook door stamcellen worden gemaakt. Deze en andere stoffen kunnen de hersenen mogelijk rechtstreeks beschermen en zouden op de lange termijn therapeutisch interessant kunnen zijn.

Naast de hier genoemde mesenchymale stamcellen, wordt internationaal onderzoek gedaan naar stamceltransplantatie (aHSCT) als behandeling voor RRMS. aHSCT is nadrukkelijk een andere aanpak die zich richt op het resetten van het afweersysteem.

Twitter

Ik ben met social media gestart omdat we op de universiteit veel werken met jonge mensen. De jongeren van vandaag gebruiken andere kanalen om zich te manifesteren. Met berichten op Twitter en Facebook hoop ik mensen te bereiken én blijf ik zelf op de hoogte. Wetenschappelijke doorbraken zijn soms eerder te lezen op Twitter dan op andere kanalen. Het is belangrijk dat onderzoekers regelmatig communiceren naar de buitenwereld, ik heb gemerkt dat dit kan bijdragen aan een positieve beeldvorming over wetenschappelijk onderzoek.