Proefschriften 2014 & eerder

Prejaas Tewarie 

Vrije Universiteit Amsterdam

December 2014

 

Verstoring van netwerken in het brein verklaart klachten bij MS

Bij multiple sclerose raken verbindingen tussen zenuwen in de hersenen steeds erger beschadigd en raakt uiteindelijk het hele netwerk verstoord. Door taken die de hersenen uitvoeren te zien als netwerken van betrokken zenuwgebieden en ze ook zo te onderzoeken zijn klachten als lichamelijke beperkingen (motoriek) en problemen met het geheugen (cognitie) veel beter te begrijpen.


 

 

Hanneke Hulst 

Vrije Universiteit Amsterdam

November 2014



 

 


 

Understanding cognitive decline in multiple sclerosis: highlighting the thalamus, hippocampus and dorsolateral prefrontal cortex.

Veranderingen in hersenactiviteit bij mensen met MS vinden al plaats voordat ze cognitieve problemen - zoals een slechter geheugen - krijgen. Hun brein is actiever dan dat van gezonde proefpersonen. Mensen met MS mét cognitieve stoornissen laten juist veel minder hersenactiviteit zien. Voor haar proefschrift bestudeerde neurowetenschapper Hulst MRI-scans van drie verschillende gebieden van de hersenen.

 

Laura van der Voort 

Vrije Universiteit Amsterdam

November 2014

 

The role of interferon-bèta in multiple sclerosis.

Interferon-bèta is het eerste middel dat als behandeling beschikbaar kwam voor de ziekte multiple sclerose (MS). Echter niet alle mensen met MS reageren op de behandeling met interferon-bèta. Neuroloog in opleiding Van der Voort heeft tijdens haar promotie onderzoek gedaan naar een bloedtest waarmee gemeten kan worden of het medicijn interferon-bèta nog werkt.

 

 

 

Lisanne Balk 

Vrije Universiteit Amsterdam

Oktober 2014





 

The eye as a window to the brain. Optical coherence tomography in MS.

Op scans van de ogen van mensen met MS is te zien hoeveel hersenschade zij hebben. En de mate van hersenschade komt tot uiting in hun lichamelijk functioneren. Hoe groter de schade aan de zenuwcellen, hoe meer sprake er bijvoorbeeld is van krachtsverlies en vermoeidheid.


 

Baukje van der Star

Vrije Universiteit Amsterdam

September 2014


 


 

 

Axonale schade in multiple sclerose. De invloed van auto-immuniteit tegen neurofilament light

De afweerreactie tegen zenuwcellen in de hersenen van mensen met MS is waarschijnlijk een onderdeel van het ziektemechanisme in MS. Specifiek ingrijpen in dit mechanisme zou voor een deel van de mensen met MS een gunstig effect kunnen hebben op het ziekteverloop.


 

Eva Strijbis

Vrije Universiteit Amsterdam

Juni 2014

 

Towards endophenotyping multiple sclerosis.

De diagnose multiple sclerose (MS) is tegenwoordig goed te stellen. Maar het is nog niet mogelijk bij individuele patiënten te voorspellen hoe de ziekte bij hen zal verlopen. Sommige patiënten zijn na 15 jaar rolstoelafhankelijk, terwijl anderen relatief weinig beperking ervaren in het dagelijks leven. Neuroloog in opleiding Strijbis onderzocht welke kenmerken van MS-patiënten in kaart kunnen worden gebracht om te komen tot patiëntprofielen die een voorspelling kunnen geven over het verloop van de ziekte.


 

 

 

Saskia Vosslamber

Vrije Universiteit Amsterdam

Mei 2014





 

The Type I Interferon System in Autoimmune Disease.

Molecular markers for Heterogeneity and Therapy Response Prediction.

Nog vóór het starten van een behandeling bij patiënten met multiple sclerose of reumatoïde artritis kan worden bepaald of deze zal aanslaan. Vanwege de voorspellende waarde van het effect van de behandeling zouden patiënten in de toekomst op maat kunnen worden behandeld.


 

Judith Sonder

Vrije Universiteit Amsterdam

Mei 2014

 

Towards the use of Proxy Reported Outcomes in MS.

Om veranderingen in de gezondheidstoestand van MS-patiënten in kaart te brengen, kunnen hun partners een goede bron van informatie zijn. Dat is belangrijk, omdat MS-patiënten na verloop van tijd zelf niet altijd in staat zijn precies aan te geven hoe het met ze gaat. Psycholoog Sonder vergeleek de antwoorden van patiënten en partners op veelgebruikte vragenlijsten bij internationaal MS-onderzoek.

 


Menno Schoonheim

Vrije Universiteit Amsterdam

Mei 2014

 


 

 

 

Are you connected? A network perspective on cognitive dysfunction in early multiple sclerosis.

Bij een onderzoek onder ruim 150 mensen waarbij zes jaar eerder de diagnose MS, gesteld was, bleek dat het brein van de mannen erger was gekrompen dan dat van de vrouwen. Het hersennetwerk van mannelijke patiënten werkte minder efficiënt, waardoor zij bijvoorbeeld meer geheugenproblemen hadden en moeite ondervonden zich te concentreren. 


 



J.M.J. Stoffels 

Rijksuniversiteit Groningen

April 2014


 

 

 

Multiple sclerosis, remyelination and the role of fibronectin.

Myeline is de vette isolatielaag rondom zenuwcellen die beschadigd raakt door MS. Myeline wordt in de hersenen gemaakt door specifieke cellen, genaamd oligodendrocyten. Stoffels vond dat na beschadiging van myeline ‘automatisch’ een eiwit wordt aangemaakt, het zogenaamde fibronectine. Dit eiwit bevordert dat nieuwe oligodendrocyten worden aangetrokken om de beschadiging van het myeline te herstellen, waarna het eiwit weer verdwijnt. Bij MS gebeurt dit niet; het eiwit verdwijnt niet en blijft zich ophopen en klontert samen. Deze fibronectine klonters blijken nu het aanmaken van nieuw myeline door oligodendrocyten te remmen. Het werk van Stoffels suggereert dat het laten verdwijnen van die fibronectine klonters mogelijk kan bijdragen aan myeline-genezing in MS. 

 

 



Immy A. Ketelslegers
 

Erasmus Universiteit Rotterdam

Januari 2014



 

 

Acquired Demyelinating Syndromes and Pediatric Multiple Sclerosis.

MOG is een belangrijk bestanddeel van myeline. Samen met Sanquin Nederland is een MOG antistof test ontwikkeld. Hiermee kunnen de zogenoemde ‘anti-MOG-spectrum’ ziekten gediagnosticeerd worden. Bij volwassenen blijkt anti-MOG een veelbelovende bloedtest bij een deel van de patiënten met het beeld van oogzenuwontsteking en/of ruggenmergontsteking. Bij kinderen pleit deze antistof tegen het ontwikkelen van MS.

 

 



Karim L. Kreft

Erasmus Universiteit Rotterdam

Januari 2014




 

Functional immunogenetics of multiple sclerosis.

In de jaren zeventig werd het eerste MS-risicogen gevonden, HLA klasse II. De belangrijkste vervolgstap is om beter te kunnen begrijpen op welke wijze deze genetische variaties het risico op MS verhogen. Door zowel gezonde controles als MS patiënten met en zonder deze risicovariaties te vergelijken, is meer inzicht gekregen in de risicofactoren voor het krijgen van MS: omgevingsfactoren en genetische variaties.

 

April 2013
Libertje Bosma, VUmc, Amsterdam

'Clinical outcome measures in progressive multiple sclerosis'

 

Maart 2013
Jiska Kempen, VUmc, Amsterdam

'Walking ability and daily functioning in multiple sclerosis'

 

Maart 2013
Madeleine Sombekke, VUmc, Amsterdam

'Genetic and imaging markers of multiple sclerosis prognosis and diagnosis'

 

Januari 2013
Evert-Jan Kooi, VUmc, Amsterdam

'Grey matter pathology in multiple sclerosis'

 

December 2012
Marloes Bazelier

'A combinatorial approach to electronic healthcare records in pharmacoepidemiology'

 

September 2012
Maarten Witte, VUmc, Amsterdam

'Mitochondrial dysfunction in multiple sclerosis'

 

April 2012
Rinze Neuteboom, Erasmus MC, Rotterdam

'Childhood Onset MS and MS during pregnancy'

 

Maart 2012
Isaline Eyssen, VUmc, Amsterdam

'Client-centred practice in occupational therapy'

 

Mei 2011
Joost Smolders, Universiteit Maastricht

‘Vitamin D as an immune modulator in multiple sclerosis’