Vitamine D beïnvloedt zowel het ontstaan als het beloop van MS

Prof.dr. Raymond Hupperts, hoofd van het Academisch MS Centrum Limburg, is een echte duizendpoot: behandelaar, onderzoeker én begeleider voor onderzoekers en studenten. Hupperts bestudeert al ruim 10 jaar de rol van vitamine D bij MS. Wij spraken met hem op de vooravond van de presentatie van de resultaten van het SOLAR onderzoek: een groot internationaal onderzoek naar de effecten van een hoge dosis vitamine D bij MS.

Vitamine D remt ontsteking bij MS

Vitamine D is één van de factoren die een rol speelt bij de ziekte MS. Dit is de conclusie die prof.dr. Hupperts trekt na ruim 10 jaar wetenschappelijk onderzoek. Het is een optelsom van uitkomsten van verschillende onderzoeken wereldwijd benadrukt hij. Onlangs is onder zijn leiding een internationaal onderzoek naar de werking van een hoge dosis vitamine D afgerond. In het onderzoek, met de toepasselijke naam SOLAR, zijn mensen met relapsing-remitting MS behandeld met interferon en vitamine D of met interferon en een placebo (een ‘nep-pil’). Alhoewel in beide behandelgroepen het aantal mensen zonder progressie van ziekteverschijnselen gelijk was, werden aanzienlijk minder actieve laesies (beschadigde gebieden waar het afweersysteem actief is) gevonden in de hersenen in mensen behandeld met een hoge dosis vitamine D.

Het probleem van dit onderzoek is dat vitamine D bovenop het medicijn interferon wordt gegeven. Beide middelen hebben een remmende werking op het afweersysteem. Als de standaard therapie (interferon) al goed werkt, is het moeilijk om nog een effect van vitamine D te meten. Een groter effect zou kunnen worden gemeten als patiënten enkel vitamine D krijgen, maar dat onderzoek is ethisch niet te verantwoorden. Daarom wordt nu onderzocht wat de werking is van vitamine D in combinatie met andere medicijnen.

Hupperts: “Op dit moment adviseren wij onze patiënten een dagelijkse dosis van 20 microgram vitamine D3. Dit advies is in de praktijk vaak overbodig; de gemiddelde MS-patiënt neemt spontaan extra vitamine D in. De uitkomsten van het onderzoek zijn in principe geen aanleiding om een hogere dosering voor te schrijven. Een hogere inname zullen wij alleen adviseren als de bloedspiegels te laag zijn. Een (te) lage hoeveelheid vitamine D in het bloed kan worden veroorzaakt door een probleem met de opname.“

In tegenstelling tot andere medicijnen die het afweersysteem beïnvloeden, heeft vitamine D nauwelijks bijwerkingen. Mensen in het onderzoek hebben een jaar lang een erg grote hoeveelheid vitamine D ingenomen zonder schadelijke effecten. Een persoon slikt dus niet snel teveel vitamine D. Het lichaam kan ook vitamine D aanmaken uit zonlicht en de opname via de zon is sneller dan de opname uit een pil. Echter veelvuldige blootstelling aan zonlicht heeft uiteraard andere nadelen zoals huidverbranding en -kanker.

Hupperts: “Vitamine D beïnvloedt de werking van ons afweersysteem, dat bewijs is redelijk hard. Er zijn ook aanwijzingen dat veranderingen in bepaalde genen, die een rol spelen bij de opname en verwerking van vitamine D, een risicofactor vormen voor MS. Dat vitamine D niet alleen een rol speelt in het beloop, maar ook bij het ontstaan van MS werd mij duidelijk door een onderzoek van prof. Ebers (Oxford) bij mensen die WO-II overleefden. Een lage vitamine D bloedspiegel werd bij deze mensen geassocieerd met een aanzienlijk hogere kans op het krijgen van MS. In Australië loopt een interessant onderzoek waarbij scholieren vitamine D krijgen en jarenlang worden opgevolgd. Uit dit type onderzoek zal blijken wat het belang van vitamine D is in het ontstaan van MS en andere ziekten. “

Patiëntenzorg én klinisch onderzoek

Het Academisch MS-Centrum Limburg is in 2007 ontstaan uit de samensmelting van de MS-Kennis- en Behandelcentra in Maastricht en Sittard. Naast de samenwerking met de universiteit van Maastricht, werkt prof.dr. Hupperts ook steeds intensiever samen met MS-onderzoekers van de Universiteit van Hasselt-Diepenbeek.  

De kracht van het Academisch MS-Centrum Limburg is de koppeling tussen zorg op academisch niveau en klinisch onderzoek. “Het merendeel van onze patiënten blijft onder behandeling, dat is uniek voor een academisch centrum. Wij hebben 1000-1100 vaste patiënten en dat maakt ons interessant voor geneesmiddelenonderzoek. Het MS-centrum neemt dan ook deel aan verschillende fase II en fase III studies waarbij de werking van nieuwe (combinaties van) medicijnen wordt onderzocht. Zo loopt er een onderzoek naar het medicijn Anti-Lingo. Het eiwit Lingo-1 remt de aanmaak van myeline. Door het gebruik van het middel komt de aanmaak van myeline mogelijk weer op gang. In tegenstelling tot bestaande MS-medicijnen die zich richten op het afweersysteem, is Anti-Lingo mogelijk ook geschikt voor mensen met progressieve MS.” aldus Hupperts.

Van alle mensen met MS onder behandeling in dit centrum, zijn er niet twee hetzelfde. Deze diversiteit maakt het onderzoek naar en de ontwikkeling van medicijnen zo lastig. Factoren zoals ziekteduur en de mate van zenuwschade kunnen van invloed zijn op de uitkomsten van een onderzoek. Voor de meeste vraagstellingen is een groot aantal patiënten nodig om een homogene groep samen te stellen. Zelfs binnen Nederland vinden we grote verschillen, de patiënten populatie in Limburg is bijvoorbeeld anders samengesteld dan de populatie van het Erasmus MC in Rotterdam. Hupperts: “Ik vind het daarom belangrijk dat centra in Nederland samenwerken. De structuur van Academische MS-centra is echter met name gericht op het uitvoeren van onderzoek binnen een centrum. Het vergt logistieke aanpassingen om dit te doorbreken en onderzoek tussen centra mogelijk te maken.”

Stellingen

Een wereld zonder MS is een reëel doel.

Het zou al gigantisch zijn, als we straks MS in de kiem kunnen smoren. Wanneer het eenmaal zover is dat we eindelijk voldoende weten over de oorzaken van MS, dan is behandelen echt mogelijk.

 

Ik verwacht veel van de onderzoeksinspanningen die nu meer gericht zijn op de progressieve fase van MS.

Daar ben ik niet zo optimistisch over. In het algemeen valt het ontzettend tegen wat de wetenschap heeft bereikt aan kennis over het ziektebeloop en behandeling van progressieve MS. Dat komt doordat de kennis over de oorzaken van het afsterven van zenuwenbanen nog heel beperkt is. Om relevante aanknopingspunten te vinden moeten we beter doen waar we al goed in zijn en de focus blijven houden op de vraag “Hoe ontstaat MS?”.

 

MS is helemaal geen auto-immuunziekte.

Daar ben ik het helemaal niet mee eens!  MS is een auto-immuunziekte.

 

Met aanzienlijk meer financiële middelen voor MS-onderzoek zouden we veel grotere stappen kunnen maken.

Dat lijkt een open deur. Doorbraken moeten echter komen van ingevingen en ideeën van scherpzinnige onderzoekers. Ik denk niet dat daar altijd vele miljoenen euro’s voor nodig zijn.

 

De resultaten uit de zorg, behandeling en revalidatie van mensen met MS kunnen tot interessante en aanvullende inzichten leiden bij het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

Zeker. De vraag “wat kunnen we verbeteren?” staat centraal bij revalidatie. Bepaalde aspecten zoals vermoeidheid, cognitieve problemen en stemmingswisselingen komen hierbij naar voren. Deze factoren spelen een belangrijke rol bij MS. Bij het ontwikkelen van behandelingen is de kennis uit de revalidatiegeneeskunde en kliniek dus erg nuttig.

 

Op wereldschaal werken MS-onderzoekers nog onvoldoende met elkaar samen.

Samenwerking tussen landen klinkt erg logisch en wenselijk. Eigenlijk zou dat veel meer moeten. Op bepaalde gebieden wordt dat ook veel gedaan; zoals bijvoorbeeld de bestaande internationale MS database (MS-Base) waarin gegevens van mensen met MS uit meer dan 70 landen worden vastgelegd. Deze samenwerking zouden we moeten doortrekken naar andere vormen van onderzoek. Maar laten we niet meteen te groot denken en eerst meer gaan samenwerken binnen Nederland.

 

De beste MS onderzoekers zouden een jaar vrijgesteld moeten worden om in afzondering met elkaar het masterplan-MS te schrijven.

Misschien is dat wat ambitieus. Het is echter geen slecht idee als een groep mensen met verstand van zaken de kans krijgt om zich continue met onderzoek bezig te houden. Er zijn twee soorten onderzoekers, één daarvan zijn de wetenschappers uit de kliniek. Dit zijn duizendpoten die niet alleen onderzoek aansturen maar ook 101 andere dingen doen. Die groep zou je een sabbatical moeten geven en bij elkaar zetten om specifieke vraagstellingen verder uit te werken.

 

In de berichtgeving over MS is de rol van de algemene media discutabel.

Discutabel is wat negatief. De berichtgeving in de media is echter vaak erg hoopgevend, als behandelaar moet je patiënten dan weer terug naar de werkelijkheid brengen, en die is helaas meestal een stuk minder rooskleurig. Bijvoorbeeld stamceltherapie, een onderwerp dat nu erg leeft bij mensen met MS. Het is goed dat de media hierover bericht, maar het geeft veel onrust bij patiënten.

 

De doorbraak van het MS-onderzoek zal liggen op het terrein van …

Innovatieve ideeën van onderzoekers. Onderzoek naar een nieuw idee, daar komt iets uit of daar komt niets uit. Als er iets uit komt dan heb je een stap gezet.

 

Mijn grote inspirator is …

Prof.dr. Alastair Compston (Universiteit van Cambridge) is een echte inspirator. Compston is enorm gedreven in wat hij doet. Ik heb zelf gezien en ervaren op welke wijze hij collega onderzoekers motiveert en aanstuurt. Compston heeft de afgelopen 25 jaar zijn ziel en zaligheid gegeven aan twee dingen: de rol van genen bij het ontstaan van MS en het medicijn Lemtrada (alemtuzumab). De genetica heeft uiteindelijk niet gebracht wat hij verwachtte. Maar ik bewonder zijn doorzettingsvermogen. Omdat hij is blijven geloven in het product Lemtrada, is deze ziekteremmer ook in Nederland sinds 2013 beschikbaar voor mensen met relapsing-remitting MS.

 

De belangrijkste wetenschappelijke uitvinding aller tijden is …

Penicilline, het blijft onvoorstelbaar hoe dat medicijn tot stand is gekomen. Het is eigenlijk doodsimpel: schimmels maken een stof die bacteriën doodt. Een geniale onderzoeker die dit bij toeval opmerkte, aantoonde hoe het werkte en daarna meteen doordacht aan een mogelijke toepassing als medicijn. Deze simpele, of eigenlijk geniale, ontdekking redt uiteindelijk miljoenen en miljoenen levens.