Monique Blom-de Wagt Grant

De Monique Blom-de Wagt Grant biedt jonge MS-wetenschappers de mogelijkheid om een werkbezoek te brengen aan een topinstituut in het buitenland. De persoonsgebonden prijs wordt mogelijk gemaakt door de Blom-de Wagt Foundation. De grant is vernoemd naar Monique Blom-de Wagt, zij heeft helaas zelf haar strijd tegen de ziekte MS verloren. Via de Foundation hoopte zij, en nu haar naasten, andere mensen met MS een betere toekomst te kunnen bieden.

De Blom-de Wagt Foundation stelt per jaar € 20.000,- beschikbaar voor een of meerdere werkbezoeken. Hieronder volgt een overzicht van de onderzoekers die een Monique Blom-de Wagt Grant ontvingen.

2018

Bij mensen met MS wordt het natuurlijke herstel van myeline geblokkeerd. Rianne Gorter brengt een werkbezoek aan het laboratorium van dr. Holly Colognato in New York op zoek naar een oplossing voor deze blokkades. Rianne: “In progressieve MS worden de voorlopers van myeline-vormende cellen belemmerd door klonten van het eiwit fibronectine. Hierdoor blijven de cellen onvolgroeid en kunnen zij geen nieuwe myeline maken. Wij onderzoeken manieren om deze eiwitklonten te verwijderen. Deze aanpak zou kunnen leiden tot medicijnen die het herstel van myeline stimuleren en zo progressieve MS vertragen of zelfs voorkomen.”

 

Het afleveren van MS-medicijnen in de hersenen wordt bemoeilijkt door de bloed-hersenbarrière. Om deze barrière te omzeilen kan de werkzame stof worden ingekapseld in ‘minuscule vetbolletjes’ die de hersenen worden binnengelaten en daar het medicijn vrijgeven. Professor Shusta heeft een model ontwikkeld voor de bloed-hersenbarrière. Pauline van Schaik vertrekt naar Wisconsin om dit model te maken met cellen van mensen met en zonder MS. Pauline: “We weten dat de bloed-hersenbarrière bij mensen met MS verstoord is. Met deze aanpak kunnen we in een kweekschaal het transport van het ingepakte medicijn over de barrière testen. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in een veranderde barrière van mensen met MS en dragen bij aan het vinden van een afgiftesysteem voor MS-medicatie.” 

 

Antonio Luchicchi bezocht het lab van professor Peter Stys om de normaal-uitziende witte stof in hersenweefsel van mensen met MS te bestuderen.  Antonio: “De oorzaken van MS zijn nog onbekend. Er zijn aanwijzingen dat de oorsprong van de ziekte ligt in het centrale zenuwstelsel zelf. Wij denken dat een afwijkende communicatie tussen de zenuwbanen en hun isolatielaag leidt tot schade. Deze schade activeert vervolgens het afweersystem. Om meer inzichten te krijgen heb ik hersenweefsel zonder MS-ontstekingen, de zogenaamde normaal uitziende witte stof, grondig geanalyseerd. Ik heb het weefsel van mensen met MS vergeleken met weefsel van mensen zonder MS. Een zoektocht naar zeer vroege en subtiele veranderingen in de vet- en eiwitten samenstelling van myeline. Mijn onderzoek laat zien dat er bij mensen met MS inderdaad premature en subtiele veranderingen zijn in de biochemische samenstelling van myelinevetten. Ook zien we veranderingen in de contact eiwitten die betrokken zijn bij het tot standhouden van de isolatielaag rondom de zenuwbanen. Onze bevindingen zijn van groot belang om de eerste veranderingen in het brein van mensen met MS in kaart te brengen. We zijn een stapje dichter gekomen tot het antwoord op de vraag wat veroorzaakt MS?

2017

De hersenen van mensen met MS hebben schade aan de grijze stof – de gebieden in de hersenen waar de zenuwcellen zitten – en aan de witte stof, de verbindingen tussen die zenuwcellen. Maar welke schade is er het eerst? Merlin Weeda onderzoekt deze kip of ei-kwestie, waarvan de uitkomst gevolgen kan hebben voor de medicatie die mensen met MS gebruiken. Onder begeleiding van prof. dr. Mark Jenkinson, expert op het gebied van het analyseren van MRI beelden, gaat Merlin de relatie tussen beschadigingen in de witte en grijze stof bij mensen met MS bestuderen. Merlin gaat in de tijd kijken naar veranderingen in zowel structuur als functie. Merlin: “We hopen dat we met de methoden uit Oxford veel duidelijker kunnen zien of een bepaald effect echt bestaat, of dat het resultaat slechts toeval is. Doordat we preciezer kunnen kijken, kunnen we straks ook iets zeggen over individuele patiënten. Dat lukt ons nog niet met de rekenmodellen die we nu hebben.”