Onderzoek in menselijk hersenweefsel
Om progressieve MS beter te begrijpen, keek Jeen rechtstreeks naar ziekteprocessen in menselijk hersenweefsel. Dat is belangrijk, omdat onderzoek in menselijk weefsel goed de complexiteit van het menselijke lichaam meeneemt. Daarmee vormt het een waardevolle aanvulling op onderzoek in bijvoorbeeld cellijnen, dat juist veel inzicht kan geven in specifieke processen.
Hoewel verschillen tussen mensen onderzoek ingewikkeld maken, bieden ze vooral waardevolle aanknopingspunten. Die verschillen kunnen juist helpen verklaren waarom MS zich bij de één anders ontwikkelt dan bij de ander.
“Tijdens bijeenkomsten van Stichting MS Research ontmoette ik mensen met MS. Dat maakte steeds weer duidelijk waarom dit onderzoek zo belangrijk is”, vertelt Jeen.
Lokale rol van afweercellen
Een belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat een bepaald type afweercellen (B-cellen) ook in een later stadium van MS een rol blijven spelen. De aanwezigheid van die B-cellen hangt samen met lokale schade aan het hersenweefsel in een later stadium van MS. Dat wijst erop dat ontstekingsprocessen niet alleen in de beginfase van MS belangrijk zijn, maar ook bijdragen aan verdere ziekteprogressie.
Ook zag Jeen dat afweercellen zich verschillend gedragen afhankelijk van hun plek in en rond de hersenen. Afhankelijk van hun plek lijken sommige cellen ontstekingen te versterken, terwijl andere afweercellen minder goed kunnen bijdragen aan ontsteking.
Van nature kwetsbaar
Met steun van een Monique Blom-de Wagt Grant onderzocht Jeen daarnaast een genetische risicofactor die eerder in verband is gebracht met een ernstiger verloop van MS.
In hersenweefsel van mensen met deze erfelijke variant zag hij meer schade en meer signalen van stress in hersencellen. Mogelijk maakt deze genetische factor mensen van nature kwetsbaarder voor het ontwikkelen van weefselschade. Daarmee zou een deel van de verschillen in ziekteverloop tussen mensen kunnen worden verklaard.
De waarde van nieuwe kennis
De resultaten geven nieuwe inzichten, maar roepen ook nieuwe vragen op. Daarom zet Jeen zijn onderzoek voort binnen het MS-centrum ErasMS, waar hij verder bestudeert waarom MS zich bij mensen zo verschillend ontwikkelt. Zo zal hij onder meer kijken naar de rol van ontstekingsstoffen in hersenvocht, de invloed van verschillende afweercellen en mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen.
“Er zijn nog zoveel onbeantwoorde vragen. Ik geloof dat er in bloed, hersenvocht en de hersenen van mensen met MS nog veel informatie verborgen zit”, zegt Jeen.
Onderzoeken zoals die van Jeen leiden niet direct tot nieuwe behandelingen. Wel helpen ze beter te begrijpen waarom de ene persoon sneller achteruitgaat dan de andere. Door de rol van afweercellen en genetische kwetsbaarheid steeds goed in kaart te brengen, ontstaat een beter inzicht in de mechanismen achter ziekteprogressie.
“Het is niet realistisch om te zeggen dat dit onderzoek direct nieuwe therapieën oplevert”, verklaart Jeen. “Maar ik hoop wel dat ons werk een steentje kan bijdragen aan het oplossen van MS. Vooruitgang gebeurt stap voor stap, en daar wil ik onderdeel van zijn.”