In het kort: Myelineherstel bij MS is veelbelovend, omdat het brein hier van nature al toe in staat is, maar onderzoekers moeten nog beter begrijpen hoe ze dit herstel op de juiste plek en op het juiste moment kunnen ondersteunen voordat dit kan leiden tot een behandeling.
Het effect van myeline(schade)
De hersenen vormen een bijzonder complex systeem. Een zenuwbaan kan soms wel een meter lang zijn, terwijl de doorsnede van een enkele zenuwbaan extreem klein is: ongeveer één miljoenste van een centimeter. Onderzoekers kunnen dit onder een gedetailleerde microscoop zichtbaar maken. Een klein stukje hersenweefsel laat dan al de dwarsdoorsnede van honderden zenuwbanen zien.
Myeline is de beschermende laag rondom deze zenuwbanen. Het is een gelaagde structuur die voor 70 tot 80 procent uit vetstoffen bestaat. Hoe dikker de zenuwbaan, hoe dikker de myelinelaag. Die laag heeft een aantal belangrijke functies, waaronder bescherming van de zenuwbanen, snelle en efficiënte informatieoverdracht, en het voorkomen dat prikkels overspringen naar andere zenuwbanen. “Dit was niet per se nieuwe informatie”, vertelde een aanwezige. “Maar ik wist nog niet dat myeline ook nodig was om voedingsstoffen aan de zenuwbaan te leveren.”
Bij MS zorgen ontstekingen in de hersenen ervoor dat myeline beschadigd raakt. Dit leidt tot tragere informatieverwerking en verstoorde signaaloverdracht. Op langer termijn ontstaat een groter probleem: zenuwbanen ontvangen onvoldoende voedingstoffen en kunnen daardoor afsterven. Waar myeline zich namelijk kan herstellen, kunnen zenuwbanen zichzelf niet vernieuwen. Daarom zoeken onderzoekers naar manieren om schade te herstellen vóórdat de zenuwbanen afsterven.
Herstel op de juiste plek, op het juiste moment
Herstel van myeline komt bij iedereen voor, ook bij mensen met MS. Daarbij werken verschillende soorten hersencellen nauw samen. De zogenoemde oligodendrocyten maken nieuwe myeline aan, microgliacellen ruimen beschadigd myeline op en astrocyten ondersteunen het herstelproces door onder andere het leveren van voldoende energie.
Herstel vindt plaats in twee belangrijke stappen. Eerst ruimen microgliacellen resten van beschadigd myeline op. Daarna vormen de oligodendrocyten nieuwe myeline. Dat klinkt eenvoudig, maar daarvoor moeten vele verschillende signalen onder de juiste omstandigheden samenkomen. Zo moeten cellen signalen krijgen om actief te worden, zich te vermenigvuldigen, zich te verplaatsen naar de plek van schade en vervolgens de juiste signalen krijgen om myeline aan te maken. Bij MS is die signalering mogelijk verstoord.
Als myeline herstelt onder deze juiste omstandigheden, is het resultaat niet helemaal hetzelfde als voorheen. Na herstel ontstaat meestal een myelinelaag die dunner en korter is dan de oorspronkelijke laag. Onderzoekers weten nog niet precies waarom dat zo is. Wel is bekend dat dit herstelde myeline weer voldoende is om signalen goed door te geven. Onderzoekers willen daarom het natuurlijke herstelvermogen van het brein benutten om myelineherstel bij mensen met MS mogelijk te maken.
Myelineherstel in de maak?
Een deel van het huidige MS-onderzoek richt zich op het voorkomen van nieuwe schade, onder meer door de chronische ontsteking af te remmen. Daar dragen de bestaande afweeronderdrukkende medicijnen al aan bij. Tegelijkertijd zoeken onderzoekers naar manieren om obstakels voor myelineherstel weg te nemen. Sommige ontstekingsplekken herstellen namelijk wel; anderen niet of minder. Met nieuwe technieken kunnen onderzoekers in de rand van een MS-ontsteking steeds beter meten welke soorten hersencellen aanwezig zijn en welke genen daar actief zijn. Dat geeft meer inzicht in de afbraak en opbouw van myeline, factoren die myelineherstel in de weg zitten, en biedt aanknopingspunten voor nieuwe ingrepen.
Daarnaast bouwen onderzoekers in Groningen met stamcellen van mensen met en zonder MS modellen van hersenweefsel om myelineherstel te bestuderen. In een kweekschaal groeien stamcellen uit tot verschillende soorten hersencellen. Daardoor kunnen onderzoekers volgen hoe cellen zich gedragen als hun omgeving verandert en hoe erfelijke risicofactoren bijdragen aan schade en herstel. Zulke modellen, ook wel ‘minibreintjes’ genoemd, maken processen zichtbaar die in mensen veel lastiger direct te onderzoeken zijn. Deze ontwikkelingen in het laboratorium zorgen er dus voor dat onderzoekers niet alleen beter kunnen meten wat er diep in het hersenweefsel gebeurt, maar ook testen hoe cellen reageren op signalen uit hun omgeving.
Vooruitgang onder voorbehoud
Wia benadrukte dat onderzoekers hierdoor steeds meer weten over myeline, myelineschade en herstel. Desondanks is er nog veel onbekend. Er zijn meerdere biologische aangrijpingspunten voor nieuwe behandelingen, maar de uitdaging blijft om het herstelproces precies op de juiste plek in de hersenen en op het juiste moment te beïnvloeden. Daarnaast bevindt veel van dit onderzoek zich nog in een experimenteel stadium, waarbij de bevindingen nog niet kunnen worden getest in mensen. Verder onderzoek is daarom essentieel om preciezere kennis over herstel te kunnen vertalen naar behandelingen die zenuwschade helpen voorkomen.
*MS Moments is een kleinschalige bijeenkomst van Stichting MS Research. Een paar keer per jaar reizen we door het land om mensen met MS, hun naasten en andere geïnteresseerden in contact te brengen met onderzoekers en met ontwikkelingen in het MS-onderzoek.