Betere zorg door slimmer meten

19 juni 2025

Op 13 juni 2025 promoveerde David van Nederpelt, onderzoeker verbonden aan het MS Centrum Amsterdam, op een onderwerp dat voor mensen met MS grote impact kan hebben: de betrouwbaarheid van MRI-metingen.

“Ik onderzocht hoe we die metingen kunnen optimaliseren en beter kunnen toepassen in de dagelijkse zorg. Er zit zó veel potentieel in MRI-beelden dat nu nog onbenut blijft,” vertelt David. Zijn onderzoek brengt dat potentieel dichter bij de klinische praktijk.

Grote verschillen tussen MRI-scanners

We keken onder andere naar de betrouwbaarheid van MRI-metingen. Een belangrijk obstakel bleek de variatie tussen MRI-scanners. “Metingen van dezelfde scanner zijn redelijk stabiel, maar tussen de scanners kunnen grote verschillen optreden,” legt David uit. Dat maakt het lastig om subtiele veranderingen in de hersenen te volgen. Om dit probleem te tackelen, optimaliseerde het onderzoeksteam de software op de scanners zelf. Dat zorgde ervoor dat laesiemeting – het tellen van het aantal beschadigingen in de hersenen – werd verbeterd. “Tijdens het testen van de nieuwe software zagen we ineens veel minder verschillen tussen scanners. Dat was hét moment waarop we dachten: dit werkt écht.”

Referentiecurves op maat

David van Nederpelt - promotie 2Naast het verbeteren van bestaande meetmethoden ontwikkelde David iets nieuws: ziekte-specifieke referentiecurves voor hersenvolumes bij MS. “Die kun je vergelijken met de groeicurves die het consultatiebureau gebruikt,” zegt hij. “Ze laten zien of iemand sneller of langzamer hersenweefsel verliest dan gemiddeld bij MS. Zo kunnen artsen beter voorspellen wie risico loopt op lichamelijke en/of cognitieve achteruitgang.” Dit soort tools brengt de zorg een stap dichter bij maatwerk. “Dankzij betrouwbaardere MRI-metingen kunnen artsen MS beter volgen, behandelbeslissingen gerichter nemen en zo de zorg persoonlijker en effectiever maken.”

“Er zit zó veel potentieel in MRI-beelden dat nu nog onbenut blijft.”

Samenwerken op Europees niveau

Het onderzoek werd versterkt door samenwerking binnen én buiten Nederland. Zo maakte het team voor een van de laatste publicaties gebruik van het Europese MRI-consortium MAGNIMS. “Dankzij die samenwerking kregen we input van topexperts uit heel Europa – en dat tilt je onderzoek echt naar een hoger niveau.” Ook bij Amsterdam UMC wordt steeds intensiever multidisciplinair gewerkt. David noemt dat essentieel voor vooruitgang. “MS is een complexe ziekte, en om het echt te begrijpen én te behandelen heb je veel perspectieven nodig.”

Een van de grootste uitdagingen? Dat de oorspronkelijke aanpak om de betrouwbaarheid van MRI-metingen te verbeteren niet werkte zoals gehoopt. “In plaats van vasthouden aan dat pad, zijn we alternatieve methoden gaan verkennen – en met succes! Juist dat flexibel schakelen heeft ons uiteindelijk verder gebracht.”

Van techniek naar mensen

Hoewel David oorspronkelijk gedreven werd door de techniek, werd zijn betrokkenheid bij deelnemers aan het onderzoek steeds groter. “Sommigen zag ik anderhalf jaar later terug – dan zie je hoeveel verschil er kan zijn tussen mensen met MS. Dat maakt het heel persoonlijk én motiveert om het onderzoek nog beter te doen.” Zijn werkdag varieerde van staan bij de MRI-scanner met deelnemers tot lange analysesessies achter de computer. David: “Ja, daar hoorde ook administratieve taken bij. Maar het mooiste vind ik dat ik met technische kennis iets kan bijdragen aan betere zorg.”

Blik op de toekomst

Over vijf jaar hoopt David dat automatische MRI-metingen breder zijn ingeburgerd in de zorg voor mensen met MS. Zelf wil hij actief blijven op het snijvlak van techniek en kliniek. “Daar waar innovatie het meest impact maakt.” Voor jonge onderzoekers heeft hij een duidelijke boodschap: “Zorg dat je zowel oog hebt voor de techniek als voor de mensen achter de ziekte. MS is heel divers – geen twee patiënten zijn hetzelfde. Dat besef helpt om onderzoek te doen dat er écht toe doet.” Tot slot wil David dat meer mensen buiten de wetenschap begrijpen wat MS betekent. “Leven met MS gaat vaak gepaard met veel onzekerheid over de toekomst. Maar ook: er is wél hoop. Onderzoek helpt. En ik hoorde dat ook terug van deelnemers – dat ze merkten dat hun zorg beter werd door onderzoek.”

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door Health Holland, en de cofinanciering van ZonMw en Stichting MS Research binnen het Programma Translationeel Onderzoek 2 – Bench to bedside: Accuraat hersenkrimp meten.

Website gemaakt door: Sturdy Digital