Ze promoveerde aan het MS Centrum Noord Nederland op een onderzoek naar de microscopische verschillen tussen hersenweefsel van mensen mét en zonder MS. Dit project werd mede mogelijk gemaakt door donateurs van Stichting MS Research. Wendy: “Ik was al sinds het begin van mijn studie erg geïnteresseerd in het brein en neurodegeneratieve ziekten.” Toen er na haar afstuderen een vacature kwam bij het MSCNN, aarzelde ze niet. “Het was de enige plek waar ik heb gesolliciteerd en het bleek de perfecte match.”
De kracht van extreem inzoomen
Met behulp van elektronenmicroscopie en eiwitanalyses onderzocht Wendy hersenweefsel tot op celniveau. “Elektronenmicroscopie maakt het mogelijk zo ver in te zoomen dat zelfs de inhoud van individuele cellen zichtbaar wordt. Ik maakte gedetailleerde ‘Google Earth’-achtige kaarten van hersenweefsel, die via nanotomy.org vrij toegankelijk zijn.” Hoewel het onderzochte hersenweefsel van mensen met MS er aan de buitenkant normaal uitzag, bleken er op microscopisch niveau subtiele afwijkingen aanwezig. In een deel van de MS-laesies in de witte stof vonden we onverwacht een grote hoeveelheid zenuwcellen en zenuwcelcontactpunten die daar normaal eigenlijk helemaal niet voorkomen. Een flinke ontdekking die de vraag oproept: wat doen die zenuwcellen daar?”
“Ik maakte gedetailleerde ‘Google Earth’-achtige kaarten van hersenweefsel”
Een ontdekking met potentieel
Deze vondst verraste niet alleen Wendy maar ook haar promotoren Wia Baron, Bart Eggen en Susanne Kooistra. Het opent nieuwe richtingen voor vervolgonderzoek. “De aanwezigheid van die zenuwcellen op een plek waar je ze niet verwacht, zou een zeer belangrijke rol kunnen spelen bij processen zoals myeline-herstel. Daar zijn we nog altijd naar op zoek in de behandeling van MS.
De grootste motivatie
Zoals elk promotietraject kende ook dat van Wendy uitdagingen. “Onderzoek doen betekent vaak dat je dingen uitprobeert die nog nooit gedaan zijn. Het is belangrijk om dan flexibel te blijven en alternatieve routes te zoeken als iets niet werkt.” Ze kijkt met veel waardering terug op de samenwerking met andere wetenschappers, bijvoorbeeld op het gebied van geavanceerde microscopie. “Dankzij hun expertise konden we nog meer informatie halen uit de beelden. Zonder hen was dat niet gelukt.” Wendy raakt geïnspireerd door wetenschappelijke doorbraken, zowel van haar eigen team als van andere onderzoekers. Maar de grootste motivatie haalt ze uit ontmoetingen met mensen met MS. “Tijdens evenementen waarbij geld werd opgehaald voor MS-onderzoek, ontmoette ik verschillende mensen met MS. En hoe interessant onze experimenten ook zijn, uiteindelijk doen we het daarvoor.”
Toekomstplannen
Wendy werkt op dit moment nog bij het MS Centrum Noord Nederland als analiste voor de MSiPS Biobank. Daar onderzoekt ze een primitieve soort stamcellen – zogeheten iPS-cellen – die in het laboratorium zijn gemaakt uit bijvoorbeeld huid- of bloedcellen. Die stamcellen kunnen uitgroeien tot mini-hersenen in een kweekschaal. “Deze mini-hersenen gebruiken we om meer te leren over de ziekte. Zo hopen we beter te begrijpen wat de oorzaken zijn van MS en hoe we het mogelijk beter kunnen behandelen.”
Voor de komende jaren heeft ze een helder doel. “Ik hoop dat nieuwe technologieën ons nog meer inzicht geven in het ziekteproces van MS. En dat vervolgonderzoek naar aanleiding van mijn bevindingen kan laten zien of de vorming van nieuwe zenuwcellen gunstig of juist schadelijk is voor het verloop van MS. We begrijpen nog veel aspecten van MS niet goed. Onderzoek is essentieel om onze kennis te vergroten en zodoende mensen met MS beter te kunnen helpen.”
Lees meer over Wendy’s onderzoek: Het ontstaan van nieuwe zenuwcellen.
Het UMC Groningen schreef ook een artikel over Wendy’s promotieonderzoek: Multiple sclerosis onder de loep: zenuwcellen waar niemand ze verwacht.