Wat als de wortels van MS al in de kindertijd liggen? Dat is de centrale vraag in het promotieonderzoek van Louk de Mol, arts-onderzoeker bij het Kinder MS Centrum in Rotterdam. Sinds 2018 onderzoekt hij, binnen de afdeling neurologie van het Erasmus MC, hoe MS ontstaat. Donateurs van Stichting MS Research hebben dit onderzoek mogelijk gemaakt. Op 17 juni verdedigt hij zijn proefschrift. Wat drijft hem, wat ontdekte hij tot nu toe, en wat betekent dit voor de toekomst van MS?
Louk is duidelijk over zijn motivatie: “De wetenschappers die ik heb ontmoet zijn enorm bevlogen en gemotiveerd. Iedereen werkt aan hetzelfde doel: meer duidelijkheid over MS en betere zorg. In zijn eigen onderzoek kijkt hij vooral naar de invloed van de vroege levensfase. “Ik wil laten zien hoe risicofactoren al op jonge leeftijd invloed hebben op het immuunsysteem en de hersenen. Dit kan inzicht geven waarom sommige mensen later in hun leven MS ontwikkelen en anderen niet.”
Belangrijke graadmeter
Louk onderzocht de invloed van bekende MS-risicofactoren bij kinderen uit de algemene bevolking. Er werd gekeken naar genetische aanleg en omgevingsfactoren, zoals een tekort aan vitamine D of weinig lichaamsbeweging. “We weten dat genen en leefstijl de hersenstructuur op jonge leeftijd beïnvloeden. Daarom wilden we zien of het effect van erfelijke aanleg voor MS al zichtbaar is op jonge leeftijd. Het is hier belangrijk om te benadrukken dat een verhoogde erfelijke aanleg voor MS niet automatisch betekent dat iemand de ziekte daadwerkelijk ontwikkelt; erfelijkheid is slechts één van de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van MS. Wat we zagen is dat kinderen met een verhoogd erfelijk risico al veranderingen in hun immuunsysteem én in de witte stof van hun hersenen laten zien,” vertelt Louk . “De structuur en werking van de witte stof is een belangrijke graadmeter in MS-onderzoek. Het wordt in verband gebracht met het cognitief functioneren. Omdat mensen met MS vaak cognitieve klachten ervaren, willen we deze vroege veranderingen beter in kaart brengen. Zo kunnen we mogelijk eerder ingrijpen en kinderen met een verhoogd risico op MS, een betere gezondheid bieden in de toekomst.”
Blootstelling sigarettenrook mogelijk gevolgen
Een opvallende bevinding kwam naar voren bij kinderen van 9 tot 13 jaar met een verhoogd genetisch risico. “Als zij veelvuldig worden blootgesteld aan sigarettenrook, zien we kleinere hersenvolumes – atrofie,” legt Louk uit. “Dit is een belangrijk nieuw inzicht. Er gebeurt op jonge leeftijd al meer dan we eerder dachten. Mogelijk gaat deze atrofie gepaard met minder verbindingen tussen zenuwcellen – alsof de bedrading in het brein al vroeg begint te slijten. Dit kan gevolgen hebben voor cognitieve functies, zoals concentratie.” Toch benadrukt hij: “We weten nog niet precies hoe deze veranderingen samenhangen met de cognitieve problemen. Die veel mensen met MS ervaren. Daar is vervolgonderzoek voor nodig. Deze bevinding betekent niet dat rookblootstelling automatisch MS veroorzaakt. Maar bij kinderen met een genetische aanleg, kan het een extra trigger zijn om MS op latere leeftijd te ontwikkelen. Een rookvrije omgeving is dus geen overbodige luxe – het kan écht verschil maken.”
“Ik wil laten zien hoe risicofactoren al op jonge leeftijd invloed hebben op het immuunsysteem en de hersenen.”
De kracht van samenwerken
Foto: Louk
Het onderzoek van Louk kon niet zonder samenwerking. “We hebben de neurologische expertise van onze MS-groep gecombineerd met de gegevens van de Generation R-studie. Dat gaf ons unieke kansen om dit uit te zoeken.” Elke nieuwe stap in het onderzoek levert waardevolle inzichten op. “MS heeft een enorme impact – op patiënten en hun omgeving. Daarom is elk puzzelstukje belangrijk. Als we beter begrijpen hoe MS ontstaat, komen we dichter bij betere zorg. En hopelijk zelfs bij preventie of genezing.”
Hoop voor de toekomst
Waar staat het MS-onderzoek over vijf jaar? Louk is optimistisch. “Ik verwacht dat we dan meer weten over de vroege oorzaken van MS. Zelf hoop ik dan een rol te hebben waarin ik patiëntenzorg kan combineren met onderzoek. Die combinatie is voor mij ideaal: werken aan directe zorg én bijdragen aan structurele vooruitgang.”