< Terug naar onderzoeken

Onderzoeksinformatie

Project nummer: 24-1256
Subsidievorm: Jonge onderzoekers
Doel: Oorzaken
Onderzoekers:
N. Meijns
Instituut: MS Centrum Amsterdam, MS Centrum Noord Nederland
Budget: € 9.100,- voor 3 maanden (2025)
Status: Lopend

Myeline instabiliteit

Belang: Dit onderzoek richt zich op de rol van PAD2 (peptidylarginine deiminase 2) en zijn overactiviteit. PAD2 is een eiwit dat de structuur van myeline kan veranderen. Kennis over dit proces is cruciaal om te begrijpen of dit eiwit bijdraagt aan myeline-instabiliteit en ontstekingsreacties bij MS. De mate van PAD2 activiteit is gecorreleerd met de ziekte ernst en bij de meest ernstige vorm van MS is al het myeline aangedaan. Dit onderstreept waarom PAD2 vermoedelijk bijdraagt aan het ziekteproces van MS en waarom het belangrijk is dit proces te onderzoeken.

Niels zoekt naar de oorzaken van MS.

Helpt u mee?

Instabiliteit leidt tot meer afbraak en schade

Methode: We zullen gebruik maken van goed gekarakteriseerde cel- en weefsel kweken uit het laboratorium van dr. Wia Baron (MS Centrum Noord Nederland) om de biochemische en structurele effecten van PAD2 overactiviteit te onderzoeken. Hierbij maken we gebruik van biochemische analyses om veranderingen in myeline te kwantificeren en geavanceerde beeldvormingstechnieken zoals confocale microscopie en spectroscopie om de myeline-structuur en gerelateerde ontstekingsreacties te evalueren.

Verwacht resultaat: Wij verwachten dat PAD2 overactiviteit leidt tot significante biochemische wijzigingen in myeline, wat resulteert in myelineafbraak. Hiermee kunnen we onze hypothese bevestigen dat PAD2 inderdaad een rol speelt in myeline afbraak bij MS.

Meer kennis over myeline-afbraak

Impact: Onze kennis van de pathofysiologie van myeline-afbraak in MS wordt hiermee vergroot. Dit onderzoek kan leiden tot nieuwe therapeutische strategieën gericht op het remmen van PAD2 overactiviteit, wat kan bijdragen aan het voorkomen van myelinebeschadiging en vermindering van ontstekingen.

Nieuwsberichten:

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door de Blom-de Wagt Foundation.