Hoe gedragen immuuncellen zich bij MS?
Het immuunsysteem bestaat uit verschillende typen immuuncellen, zoals zogenaamde B- en T-cellen. Deze cellen werken samen om een bepaalde immuunreactie in gang te zetten. Bij mensen met MS is deze immuunreactie te sterk. Immuuncellen gedragen zich dan anders en communiceren op een andere manier met elkaar. Maar hoe werkt dat precies?
In zijn promotieonderzoek keek Laurens naar een specifieke subgroep van B-cellen. Niet alle B-cellen zijn namelijk schadelijk bij MS. Normaal gesproken bevinden B-cellen zich voornamelijk in het bloed en de lymfeklieren, maar bij MS bewegen B-cellen naar de hersenen.
Daar kunnen ze door T-cellen aangestuurd worden om antistoffen te produceren. Dit proces is een belangrijk immunologisch kenmerk van MS en hangt direct samen met ontstekingsactiviteit, zo bleek uit het onderzoek van Laurens. Hij onderzocht verder waardoor B-cellen worden aangezet om richting het brein te bewegen. Als daarop ingegrepen kan worden, kunnen onderzoekers mogelijk de onderliggende ontsteking bij MS afremmen.
B-cellen in het MS-brein
Het promotieonderzoek legt een opvallend samenspel bloot: een combinatie van genetische aanleg en infectie met het Epstein-Barr virus (EBV) hangt samen met de vorming van een specifieke subgroep ‘schadelijke’ B-cellen. Dat genetische aanleg samen met EBV een rol speelt bij MS, is al langer bekend. Nieuw is dat juist een subgroep B-cellen hierdoor de overactiviteit van het immuunsysteem lijkt aan te jagen. Deze ontdekking geeft een nieuwe kijk op hoe ontsteking en schade bij MS ontstaan.

Schadelijke B-cellen herkennen
Op het oppervlak van B-cellen zitten verschillende eiwitten. Eén daarvan is CXCR3. Laurens vond dat een infectie met EBV juist B-cellen met dat eiwit CXCR3 kan activeren. Daardoor trekken deze subgroep B-cellen richting de hersenen. Ze passeren makkelijker de bloed-hersenbarrière, gaan het brein in en kunnen daar antistoffen produceren. Dat kan ontstekingsreacties aanjagen die passen bij MS.
Naast CXCR3 speelde nog een ander eiwit een rol bij de activatie en migratie van B-cellen: CD29. Dit eiwit kan helpen om deze specifieke subgroep B-cellen al in het bloed te identificeren, nog vóórdat ze naar de hersenen migreren en schade aanbrengen. Daarmee biedt CD29 onderzoekers een extra handvat om ziekte-relevante B-cellen vroegtijdig te herkennen en sneller in te grijpen wanneer ze in actie komen.
“Ik verwacht dat we over vijf jaar grote stappen hebben gezet met BTK-remmers binnen het MS-veld, en mogelijk ook met andere opkomende therapieën.” – Laurens Bogers
Opvallend is ook hoe deze specifieke subgroep van B-cellen reageert op MS-therapieën. Uit eerdere studies weten we namelijk dat sommige afweercellen ongevoelig zijn voor medicatie. In het onderzoek van Laurens werd gezien dat verschillende MS-behandelingen – zoals cladribine, natalizumab – de aanwezigheid van CD29 op dit type B-cellen verminderen. Een andere MS-behandeling, de zogeheten BTK-remmer*, bleek daarnaast de werkzaamheid van dit type B-cellen te beperken. Dat is hoopvol en wijst erop dat deze ziekte-relevante B-cellen wel beïnvloedbaar zijn door bestaande en nieuwe MS-behandelingen.
*BTK-remmers zijn nog niet beschikbaar als MS-medicatie. In de VS (FDA) en Europa (EMA) loopt momenteel een toelatingsprocedure voor tolebrutinib, één van de eerste middelen uit deze groep. BTK-remmers zijn kleine moleculen waardoor ze, in vergelijking met andere medicijnen, beter de bloed-hersenbarrière kunnen overbruggen.
Stap richting persoonlijkere behandeling
De bevindingen openen de deur naar een belangrijke toepassing: CD29 zou mogelijk kunnen dienen als voorspeller voor therapierespons. Met andere woorden: het meten van deze marker kan helpen om beter te bepalen welke behandeling voor welke persoon met MS het meest effectief is.
Tegelijk roept dit nieuwe vragen op. Wat is precies de functie van CD29 op deze B-cellen? En hoe kunnen we deze kennis inzetten voor echt gepersonaliseerde therapieën? Verdere validatie en vervolgonderzoek zijn nodig om dit uit te zoeken.
Het onderzoek van Laurens biedt nieuwe aanknopingspunten voor gerichtere behandelingen. Door beter te begrijpen welke cellen betrokken zijn en hoe ze werken, komen effectievere en persoonlijkere therapieën in zicht, met als doel een betere kwaliteit van leven voor mensen met MS.
Dit onderzoek is gefinancierd door Stichting MS Research. Lees meer over B-cellen en hun rol in MS via 19-1057 MS en programmasubsidie 20-490f MS.