< Terug naar onderzoeken

Onderzoeksinformatie

Project nummer: 20-490f
Subsidievorm: Onderzoeksprogramma
Doel: Diagnose en verloop
Onderzoekers:
Dr. J.J.F.M. Smolders
Dr. M.M. van Luijn
Instituut: ErasMS Centrum Rotterdam
Budget: € 530.000 voor 4 jaar, 2020-2024
Status: Afgerond

Ontstaan van ontstekingen in de hersenen

Belang: De grootste sta-in-de-weg voor een therapie voor MS is onvoldoende begrip van de precieze factoren die leiden tot ontstekingshaarden in de hersenen. Het nauwkeurig voorspellen van het beloop van MS na een eerste aanval is op dit moment nog onmogelijk. Hiernaast is de keuze voor een te starten therapie, en met name ook het stoppen hiervan, meestal proefondervindelijk. Het meten van stoffen of cellen in het bloed (biomarkers) die hier iets over zeggen, zou zeer behulpzaam zijn. Wij denken dat MS het resultaat is van te actieve afweercellen (B- en T-cellen) als gevolg van interactie tussen genetische en virale risicofactoren.

Joost werkt aan het beter voorspellen van het ziekteverloop

Helpt u mee?

Afweercellen bestuderen tijdens verschillende ziektefases

Methode: Omdat elk persoon met MS verschillend is, en het beloop van MS binnen verandert met ouder worden, onderzochten we hoe B- en T-cellen op verschillende momenten tijdens de ziekte samenhangen met aanvallen en achteruitgang door MS. Dit doen we door te kijken naar zowel naar afweercellen zelf, als naar stoffen in het bloed die iets over het gedrag van de afweercellen zeggen. In het onderzoek hebben we de volgende groepen bestudeerd:

  • mensen met MS na de eerste klachten van hun ziekte;
  • mensen met progressieve MS;
  • mensen met een RRMS-diagnose gedurende hun ziekte.

Onderscheid maken tussen verschillende mensen met MS

Resultaat: In zowel mensen met Relapsing-Remitting MS (RRMS) en Primair Progressieve MS (PPMS) vonden we aanwijzingen van aanvallen en MRI-activiteit. Deze aanvallen en activiteit hangt samen met biomarkers in bloed (neurofilament lichteketen [NfL]) en hersenvocht (oplosbaar CD27 [sCD27], B cel rijpings-antigen [BCMA]). Ook is er een verband tussen beperkingen door MS en biomarkers (in dit geval NfL, gliaal fibrillair acidisch eiwit [GFAP]).

In PPMS zien we dat de aanwezigheid van B- en T-cellen in het hersenvocht lijkt te zorgen voor het optreden van schade. Dit kan met ocrelizumab (het verwijderen van B-cellen) worden geremd. Deze bevindingen ondersteunen de behandeling van aanvallen en MRI-activiteit met ontstekingsremmende middelen in zowel RRMS als PPMS. Een belangrijke vraag hierbij is of er factoren zijn die kunnen helpen met de keuze voor therapie.

We hebben de afweercellen van mensen met MS uitgebreid onderzocht door te kijken naar uiterlijke kenmerken, activiteit van genen in cellen, en het gedrag van deze cellen in plastic kweekbakjes. We vonden dat genetische factoren en het Epstein Barr virus (EBV) samen bepalen of afweercellen de hersenen kunnen binnendringen. Deze genen bepalen ook hoe goed T-cellen geïnfecteerde B-cellen kunnen opruimen. Genetische variatie die samenhangt met een grotere kans op MS, hangt ook samen met meer uitgeputte T-cellen gericht tegen EBV.

Gerichter zoeken naar de oorzaak van MS

Impact: Met dit onderzoeksprogramma hebben we meer kennis over factoren die belangrijk zijn voor het beloop van MS, en kunnen we dit gerichter onderzoeken. Onze bevindingen stellen ons in staat gericht de oorsprong van MS in bloed, hersenvocht en hersenweefsel in beeld te brengen. Hiermee is dit programma een belangrijke mijlpaal voor ons onderzoek naar de oorzaak van MS. Ook kunnen we elementen zelfs in de spreekkamer meenemen bij het geven van uitleg aan mensen met MS over behandeling en prognose.
Projectnummer: 20-490f