Veranderingen in het netvlies bekijken
Methode: De unieke structuur van de zenuwcellen in het netvlies kan worden bekeken door middel van een oogscan, de zogenaamde OCT-scan. Wij willen met deze OCT-scan de mate van schade aan deze zenuwcellen gaan meten bij deelnemers van het ‘Amsterdam MS cohort’. De veranderingen in het netvlies bij deze groep mensen met MS worden vergeleken met de mate van progressie van de ziekte en met beschadigingen in de hersenen gemeten met MRI. Om de klinische achteruitgang volledig in kaart te brengen bekijken we ook specifieke symptomen zoals oogklachten of cognitieve klachten (geheugen- en concentratieproblemen). Tevens zullen we veranderingen in het netvlies meten bij gezonde mensen zonder MS, om te kunnen corrigeren voor ‘normale’ beschadigingen van het netvlies. Daarnaast zullen structurele en/of functionele veranderingen worden beoordeeld in de gemaakte oogscans. Op deze manier kunnen we bekijken op welke plaats van het netvlies de meeste verandering en/of beschadiging aanwezig is.
Oogscan om ziekteachteruitgang te meten
Resultaat: De nieuwe meetronde van het Amsterdam MS cohort (mensen met MS en gezonde controles) is afgerond. Naast een OCT-scan en een (nieuwe) OCT-angiografie-scan, ondergingen de deelnemers ook een MRI-scan, neurologisch onderzoek en neuropsychologisch onderzoek. Op basis van de nu beschikbare gegevens is gekeken naar veranderingen van het netvlies op OCT bij mensen met MS en gezonde controles. We hebben aangetoond dat het verschil in de dikte van het netvlies tussen beide ogen betrouwbaar meet of iemand in het verleden een oogzenuwontsteking heeft gehad.
Ook hebben we gekeken naar een specifieke laag van het netvlies, de ‘Inner nuclear layer (INL)’. We zagen dat de dikte van die laag over 4 jaar tijd afnam bij mensen met MS. Jongeren hadden een verdikte INL, vermoedelijk als gevolg van ontsteking. Bovendien hebben we associaties gevonden tussen OCT-resultaten, MRI-resultaten en klinische gegevens. Zo correleerden de diktes van de retinale zenuwvezellaag (RNFL) en de ganglioncellenlaag (GCIPL) positief met verschillende MRI-metingen, zoals totaal hersenvolume, volume van de witte stof en grijze stof, volume van de diepe grijze materie, thalamusvolume en scores van neuropsychologische tests. En deze diktes correleerden negatief met laesievolume en scores op neurologische beoordelingen zoals de Expanded Disability Status Scale (EDSS). Het meten van verschillende lagen van het netvlies biedt inzicht in zowel ontsteking als neurodegeneratie bij MS.
Impact: Met OCT kunnen we schade aan zenuwcellen bij mensen met MS op een eenvoudige en snelle manier meten. We verwachten dat OCT een belangrijke rol zal gaan spelen in het voorspellen van het ziekteverloop en dankzij het huidige onderzoek weten we steeds beter hoe en bij wie we dat het beste kunnen.
Daarnaast zullen mensen met MS hier belang bij hebben omdat het zal bijdragen aan de zoektocht naar nieuwe medicijnen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een medicijnenstudie die momenteel wordt uitgevoerd in Amsterdam UMC waarin het effect van een medicijn wordt onderzocht op het herstel van de beschermlaag rond zenuwen bij mensen met MS. OCT wordt in deze studie gebruikt om het beschermende effect op zenuwcellen op de lange termijn te kunnen meten.
Projectnummer: 18-1027