MS is niet erfelijk, ook al spelen erfelijke factoren wel een rol. De kans dat familieleden van mensen met MS, zoals een kind of broer en zus, ook MS krijgen is heel klein: tussen de 1 en 3%. Zelfs eeneiige tweelingen – met precies hetzelfde erfelijke materiaal – ontwikkelen vaker niet dan wel allebei MS. Gemiddeld heeft iemand in Nederland een kans van 1 op 700 om MS te krijgen, in sommige families is deze kans dus iets hoger.
De kans op MS neemt toe wanneer mensen dezelfde genen hebben, maar er is niet één gen dat MS veroorzaakt. Sterker nog, er zijn minstens 230 genetische variaties waarvan we weten dat ze met MS verband houden. Een mens heeft echter in totaal meer dan 20.000 genen. Hoe meer van deze MS-risico genen een persoon heeft, hoe groter de kans op de ontwikkeling van MS. Dat is waar dit onderzoek zich op focust.
Genetische aanleg van MS beter begrijpen
Belang: Multiple sclerose (MS) wordt deels veroorzaakt door genetische aanleg van individuen. De genetische aanleg in ons DNA wordt veroorzaakt door heel veel verschillende genetische varianten die samen een rol spelen. Het is ons doel om te bepalen hoe deze genetische varianten dit doen in ons DNA, en wat de gevolgen hiervan zijn voor de mechanismen in de cellen van ons lichaam die een rol hebben in MS.