De ziekte MS remmen

MS is een complexe ziekte en helaas nog niet te genezen. Wel zijn er verschillende medicijnen die de ziekte kunnen remmen, zogenaamde ziekte-onderdrukkende medicijnen of disease modifying therapies (DMTs).

Deze medicatie grijpt in op één van de ziektemechanismes die onderdeel zijn van MS. In de afgelopen jaren zijn er steeds meer middelen gekomen die de kans op nieuwe schubs (ontstekingsaanvallen) bij mensen met MS verkleinen. Ook verkleinen MS-medicijnen mogelijk de kans op verdere en blijvende verslechtering, de progressie van de ziekte dus. De middelen die tot nu toe beschikbaar zijn onderdrukken het afweersysteem op verschillende manieren. Sommigen medicijnen hebben een brede werking, bijvoorbeeld interferon-bèta. Andere werken op een specifiek mechanisme of soort cel zoals het medicijn ocrelizumab dat zich specifiek richt op de B-cel.

Naast ziekte-onderdrukkende MS-medicijnen, gericht op de oorzaak van MS, zijn er ook medicijnen voor de behandeling van een schub of medicijnen voor de behandeling van de symptomen van MS.

Voor individuele adviezen over behandeling en medicatie moet altijd contact worden opgenomen met uw eigen behandelaar. Of en welke medicijnen en/of therapie voor u geschikt is kan namelijk het beste bepaald worden in overleg met uw behandelend neuroloog of zorgverlener. Hij/zij kan u ook informeren over de bijwerkingen en eventuele risico’s van een medicijn of behandeling.

Eerstelijns en tweedelijns behandeling van MS

De medicijnen die ziekteactiviteit van MS onderdrukken zijn te verdelen in eerstelijns en tweedelijns middelen. Eerstelijns medicijnen mogen als eerste middel gegeven worden bij MS, bijvoorbeeld interferon-bèta. Deze middelen zijn niet zo agressief en hebben daarom meestal minder bijwerkingen. Aan patiënten, die ondanks deze middelen veel aanvallen houden en/of snel verslechteren, kan tweedelijnsmedicatie voorgeschreven worden, zoals natalizumab en ocrelizumab. Deze middelen zijn in veel gevallen zeer effectief, maar kunnen ook (ernstige) bijwerkingen geven. Helaas is er ook een groep mensen met MS bij wie eerste- en/of tweedelijnsmiddelen MS niet of onvoldoende werken. Mensen zijn dan in de progressieve fase. Multidisciplinaire behandelingen, medicijnen en therapieën voor de symptomen van MS kunnen dan nog steeds de kwaliteit van leven aanzienlijk verbeteren.

Momenteel zijn de volgende eerste- en tweedelijnsmiddelen in Nederland beschikbaar:

Eerstelijns medicatie bij MS

Werkzame stofMedicijn(en)ToedieningBehandeling vanWerking
Interferon-bètaAvonex®, Betaferon®, Plegridy®, Rebif®InjectieRRMS, CISInterferon beïnvloedt de werking van het afweersysteem. Zo ontstaan er minder ontstekingen in het centraal zenuwstelsel.
Glatirameer-acetaatCopaxone®, Glatirameer-acetaat Mylan®InjectieRRMS, CISGlatirameer-acetaat is een mengsel van kleine eiwitten. Vermoedelijk beïnvloedt het middel de werking van het afweersysteem. Zo ontstaan er minder ontstekingen in het centraal zenuwstelsel.
Dimethyl-fumaraatTecfidera®CapsuleRRMSHet werkingsmechanisme van dimethyl-fumaraat is niet volledig bekend. Er zijn aanwijzingen dat het middel de werking van het afweersysteem verandert waardoor de ziekteactiviteit wordt onderdrukt.
TeriflunomideAubagio®TabletRRMSTeriflunomide vermindert de uitgroei van bepaalde witte bloedcellen die een schadelijke rol spelen in het ziekteproces van MS.

Tweedelijns medicatie bij MS

Werkzame stofMedicijn(en)ToedieningBehandeling vanWerking
FingolimodGilenya®TabletRRMSFingolimod zorgt ervoor dat er minder ontstekingscellen het centraal zenuwstelsel kunnen binnendringen.
AlemtuzumabLemtrada®InfuusActieve RRMSAlemtuzumab beïnvloedt het afweersysteem. Het middel bindt aan witte bloedcellen die een rol spelen in MS waardoor deze afweercellen worden vernietigd.
CladribineMavenclad®TabletActieve MSCladribine beïnvloedt de werking van het afweersysteem. Zo ontstaan er minder ontstekingen in het centraal zenuwstelsel.
OcrelizumabOcrevus®InfuusActieve MS, PPMSOcrelizumab beïnvloedt het afweersysteem. Het middel bindt aan een bepaald type witte bloedcellen (B-cellen) waardoor deze afweercellen worden vernietigd.
NatalizumabTysabri®InfuusRRMSNatalizumab hecht aan ontstekingscellen waardoor deze cellen minder goed het centraal zenuwstelsel kunnen binnendringen.

Bijwerkingen van MS-medicijnen

Alle ziekte-onderdrukkende MS-medicijnen kunnen milde en soms ernstige bijwerkingen veroorzaken. Milde bijwerkingen, bijvoorbeeld huiduitslag, hoofdpijn of minder energie, komen vaker voor dan ernstige bijwerkingen zoals hartklachten of leverfalen. Of en welke bijwerkingen optreden is vooraf vaak moeilijk te voorspellen. In samenspraak met de patiënt bekijkt de behandeld neuroloog wat de beste individuele behandeling is. Veranderingen in de ziekteactiviteit van MS of het optreden van bijwerkingen kunnen reden zijn om naar een andere behandeling over te stappen.

Ziekte-onderdrukkende MS-medicijnen remmen het afweersysteem, hierdoor heeft de patiënt een (iets) grotere kans op infecties en sommige vormen van kanker dan mensen die geen medicijnen gebruiken. Daarbij is er een groot verschil tussen middelen. In de regel geven middelen met een mild effect op het afweersysteem, zoals interferon-bèta, nagenoeg geen extra risico op infecties. Middelen met een sterk effect op de afweer, zoals natalizumab, zorgen voor een grotere kans op infecties. Vanwege de kans op een ernstige virusinfectie van de hersenen, progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) is natalizumab niet voor alle mensen met MS geschikt. PML wordt veroorzaakt door het JC-virus. Dit, normaal gesproken onschuldige, virus is bij meer dan de helft van de gezonde bevolking in het lichaam aanwezig. Bij gebruikers van natalizumab kan dit virus wél een levensbedreigende neurologische ziekte veroorzaken. Daarom wordt vóór en tijdens een behandeling met natalizumab getest of het JC-virus aanwezig is.

Symptomen van MS behandelen
Behandeling van een MS-schub
Revalidatie bij MS