We belichten een paar van ‘onze’ onderzoeken die op ECTRIMS aan bod komen:
Cognitieve klachten bij mensen met MS

Zelfgerapporteerde cognitieve klachten én objectief gemeten cognitieve problemen komen vaak voor bij MS. Het is niet duidelijk of deze klachten samengaan met een afname van het cognitief functioneren of dat ze worden verklaard door andere factoren, zoals stemming en vermoeidheid. Meer inzicht hierin is belangrijk om betere behandelopties te ontwikkelen voor mensen met MS én cognitieve klachten. Anniek Reinhardt, onderzoeker bij het MS Centrum Noord Nederland, bestudeert de verbanden tussen cognitieve klachten, cognitief functioneren én met angst, depressie en vermoeidheid.
Lees meer over het onderzoek van Anniek: Het versterken van maatschappelijke participatie bij MS
De invloed van MS-risicofactoren op kinderen
Verlies van zenuwcellen en uitlopers is al aanwezig in de vroegste stadia van MS, maar de oorzaak hiervan is nog onduidelijk. Onderzoekers van het Kinder MS Centrum in Rotterdam veronderstellen dat risicofactoren voor MS het immuunsysteem vroegtijdig ‘sturen’ richting de ziekte, waardoor de hersenen vatbaarder worden voor zenuwschade en een persoon op een jongere leeftijd dan normaal MS ontwikkelt.
Lees meer over het onderzoek van Louk de Mol: Invloed MS-risicofactoren op hersenontwikkeling
Hersenleeftijd nieuwe marker voor zenuwschade
Hersenleeftijd kan dienen als indicator voor de mate van zenuwschade bij verschillende neurologische aandoeningen, waaronder MS. Uit diverse onderzoeken, waarbij factoren zoals leeftijd en ziekteduur variëren, blijkt dat een verhoogde hersenleeftijd samenhangt met functionele beperking bij mensen met MS. Lonneke Bos, onderzoeker bij het MS Centrum Amsterdam bestudeert de relatie tussen functionele beperking en hersenleeftijd in Project Y, een uniek cohort van mensen met MS geboren in 1966, en een controlegroep zonder MS van vergelijkbare leeftijd. Het voordeel van dit onderzoek is dat iedereen dezelfde leeftijd heeft en dat deze factor dus geen invloed heeft op de resultaten.
Lees meer over het onderzoek van Lonneke: Hersenleeftijd als nieuwe maat voor zenuwschade
Het uiterlijk en functioneren van infiltrerende T-cellen 
T-cellen zijn essentieel voor het behoud van een gezond centraal zenuwstelsel, maar T-cellen die de hersenen binnendringen kunnen ook bijdragen aan het ontstaan van MS. Hoe en waar deze infiltrerende T-cellen precies een rol spelen, is echter nog niet duidelijk. Cheng Chi Hsioao, onderzoeker bij het Nederlands Herseninstituut, bestudeert het uiterlijk en functioneren van deze T-cellen in verschillende delen van het centraal zenuwstelsel. Meer kennis over deze cellen kan helpen beter te begrijpen welke rol ze spelen in de ontwikkeling van MS.
Lees meer over het onderzoek van Cheng Chi Hsioao: Hoe komen T-cellen de hersenen binnen bij MS?
EBV: risicofactor voor MS bij kinderen?
Het Epstein-Barr-virus (EBV) is een bewezen risicofactor voor het ontwikkelen van MS, zoals aangetoond bij volwassenen met de ziekte. Maar hoe zit het met kinderen die op jonge leeftijd MS ontwikkelen? En wat betekent dit voor andere neurodegeneratieve ziekten, zoals MOGAD? Deze vragen onderzoekt Sandy Molenaar van het Kinder MS Centrum in Rotterdam.
Lees meer over het onderzoek van Sandy: Kinderhersenlab – een kind met MS, een leven uit BALANS
Een teken van zenuwcelherstel in MS-laesies

MS is een ziekte van het centrale zenuwstelsel die wordt gekenmerkt door zenuwcelverlies en ontstekingen. In de vroege stadia van MS kan zenuwcelherstel (remyelinisatie) sommige symptomen verlichten, maar in de progressieve fase van de ziekte lukt dit niet meer. Wendy Oost en haar begeleider Wia Baron van het MS Centrum Noord Nederland proberen in kweekmodellen de remyelinisatie te stimuleren en op te wekken. Wanneer bekend is hóe dit kan worden opgewekt is het doel uiteindelijk om een medicijn en/of behandeling te ontwikkelen.
Lees meer over het onderzoek van Wendy en Wia: Het herstel van myeline dichterbij
T-cellen bij MS
Helper T-cellen spelen waarschijnlijk een sleutelrol in het doorbreken van de bloed-hersenbarrière bij MS. Een specifieke soort helper T-cel, de Th17.1-cel, komt in hoge aantallen voor in het hersenvocht van mensen met MS. Na behandeling met natalizumab worden deze cellen echter juist veel vaker in het bloed aangetroffen, in plaats van in het hersenvocht. Deze bevindingen suggereren dat Th17.1-cellen aanstichters kunnen zijn voor de ontwikkeling van MS. Fabiënne van Puijfelik en haar begeleider Marvin van Luijn van het MS Centrum ErasMS in Rotterdam onderzoeken de rol van deze specifieke helper T-cel bij MS.
Lees meer over het onderzoek van Fabiënne: Begrip van het beloop van MS gedurende het leven